
Box 3 belasting 2028: uitleg, voorbeelden en berekenen
Jarenlang werd er gesproken over een nieuw box 3-stelsel, maar vanaf 2028 lijken de plannen nu echt concreet te worden. Het kabinet wil overstappen van een belasting op fictief rendement naar een heffing op werkelijk rendement. Op papier klinkt dat eerlijker, maar vooral beleggers dreigen hierdoor juist fors zwaarder belast te worden.
Met name de plannen rondom aandelen zorgen voor veel kritiek. In het huidige voorstel kunnen beleggers straks namelijk belasting betalen over winsten die nog helemaal niet gerealiseerd zijn. Tegelijkertijd gaat de belastingvrije ruimte flink omlaag, waardoor ook kleinere vermogens sneller geraakt worden.
Toch is nog niet alles definitief. De plannen moeten nog door de Eerste Kamer en juist daar klinkt steeds meer kritiek op het wetsvoorstel, gelukkig. In dit artikel leggen we uit wat de box 3-plannen voor 2028 precies betekenen voor spaargeld, beleggingen, vastgoed en de eigen woning.
Dit artikel is geschreven door een adviseur vermogen en een master student Accountancy die ook werkzaam is in deze sector.
Box 3 belasting 2028 berekenen: zo werkt het nieuwe stelsel
Het box 3-systeem gaat vanaf 2028 waarschijnlijk volledig op de schop. Waar de Belastingdienst nu nog werkt met fictieve rendementen, wil het kabinet gaan overstappen naar een belasting op basis van het werkelijke rendement dat je behaalt.
In het huidige systeem maakt het in de praktijk weinig uit hoeveel rendement je écht behaalt. De overheid gaat uit van vooraf vastgestelde percentages voor spaargeld en beleggingen, waarna je daar belasting over betaalt. Juist dat systeem kreeg de afgelopen jaren veel kritiek, omdat vooral spaarders soms belasting betaalden over rendement dat ze helemaal niet ontvingen.
Vanaf 2028 moet dat veranderen. In plaats van fictieve percentages kijkt de Belastingdienst straks veel meer naar wat je daadwerkelijk verdient met je vermogen. Denk aan ontvangen rente, dividend, huurinkomsten en in sommige gevallen ook waardestijgingen van beleggingen of vastgoed.
Daarnaast verandert waarschijnlijk ook de manier waarop vrijstellingen werken. Nu heb je nog een relatief ruime belastingvrije vermogensgrens in box 3, maar in het nieuwe systeem verschuift de focus meer naar een vrijstelling op het behaalde rendement zelf.
Daardoor wordt het nieuwe stelsel niet alleen anders, maar ook een stuk ingewikkelder. Waar spaarders er juist op vooruit lijken te gaan, dreigen beleggers in aandelen juist fors zwaarder belast te worden. Vooral dat verschil zorgt momenteel voor veel discussie rondom de nieuwe plannen. Hieronder leggen we stap voor stap uit wat de veranderingen precies betekenen voor spaargeld en beleggingen.
Box 3 belasting 2028 op spaargeld
Voor spaarders lijkt het nieuwe box 3-stelsel dus juist gunstiger uit te pakken dan het huidige systeem. Onder de bestaande regels betaal je namelijk belasting op basis van een fictief rendement, ongeacht hoeveel rente je daadwerkelijk ontvangt. Vooral tijdens de jaren van extreem lage spaarrentes zorgde dat voor veel frustratie, omdat spaarders belasting betaalden over rendement dat er in werkelijkheid nauwelijks was.
Vanaf 2028 wil het kabinet overstappen naar belasting op het werkelijke rendement. Voor spaargeld betekent dat in de praktijk dat alleen de daadwerkelijk ontvangen rente belast wordt. Heb je bijvoorbeeld €100.000 spaargeld en ontvang je daar 2% rente op, dan betaal je belasting over die €2.000 aan rente in plaats van over een percentage dat door de overheid wordt vastgesteld.
Wel verandert ook de vrijstelling in box 3 flink. In plaats van de huidige belastingvrije vermogensgrens (€59.357) komt er waarschijnlijk een vrijstelling van ongeveer €1.800 op het behaalde rendement. Pas over het rendement boven die €1.800 betaal je vervolgens het box 3-tarief van 36%.
Daardoor sluit het nieuwe systeem voor spaarders beter aan op de werkelijkheid, al betekent het niet automatisch dat iedereen erop vooruitgaat. Zeker wanneer spaarrentes de komende jaren verder stijgen, kunnen ook spaarders met relatief beperkte vermogens sneller belasting gaan betalen dan nu het geval is.
Per saldo lijken spaarders voorlopig nog één van de weinige groepen die mogelijk profiteren van de overstap naar belasting op werkelijk rendement. Vooral in vergelijking met beleggers in aandelen en vastgoed vallen de voorgestelde regels voor spaargeld voorlopig relatief mild uit.
Box 3 belasting 2028 op beleggingen
Voor beleggers zijn de plannen rondom box 3 in 2028 een stuk ingrijpender. Waar spaarders in veel gevallen profiteren van belasting op het daadwerkelijke rendement, dreigen beleggers in aandelen en ETF’s juist fors zwaarder belast te worden dan onder het huidige systeem.
De grootste verandering is dat beleggers straks mogelijk belasting moeten betalen over papieren winst. Het kabinet wil namelijk niet alleen dividend belasten, maar ook waardestijgingen van beleggingen die nog helemaal niet verkocht zijn. Stijgt jouw aandelenportefeuille bijvoorbeeld met €10.000 in waarde, dan kan die winst al belast worden, zelfs als je niets verkoopt en dus nog geen daadwerkelijk rendement hebt ontvangen.
Juist daar komt veel kritiek vandaan. Vooral voor lange termijn beleggers kan dit grote gevolgen hebben, omdat een deel van het rendement jaarlijks wordt afgeroomd voordat het verder kan renderen.
Daarnaast wordt ook de huidige hoge vrijstelling vervangen door een veel lagere vrijstelling op het rendement zelf. Naar verwachting blijft net als bij sparen €1.800 aan rendement belastingvrij, waarna het box 3-tarief van 36% geldt. Daardoor kunnen ook kleinere beleggers al relatief snel met box 3-belasting te maken krijgen.
De impact op de lange termijn kan enorm zijn. Onder het huidige systeem betaal je belasting over een relatief laag fictief rendement, terwijl je straks mogelijk jaarlijks belasting afdraagt over winsten die alleen op papier bestaan. Daardoor verdwijnt een deel van het rendement-op-rendement effect, terwijl juist dat effect normaal gesproken een enorme rol speelt bij vermogensopbouw.
Tegelijkertijd bevat het nieuwe systeem ook een aantal voordelen. Verliezen worden namelijk verrekenbaar met toekomstige winsten. In slechte beursjaren betaal je daardoor minder of zelfs helemaal geen belasting. Toch blijft vooral de belasting op ongerealiseerde winsten één van de meest omstreden onderdelen van de nieuwe box 3-plannen.
Box 3 belasting 2028 op vastgoed en tweede woningen
Ook voor vastgoedbeleggers gaan de box 3-plannen vanaf 2028 waarschijnlijk grote gevolgen hebben. Daarbij ontstaat een duidelijk verschil tussen aandelen en vastgoed. Waar aandelen grotendeels onder een vermogensaanwasbelasting vallen, kiest het kabinet bij vastgoed juist voor een systeem waarbij de winst vooral belast wordt op het moment van verkoop.
Voor tweede woningen en vastgoedbeleggingen betekent dit dat niet alleen huurinkomsten belast kunnen worden, maar uiteindelijk ook de winst die ontstaat bij verkoop van het vastgoed. Tegelijkertijd mogen bepaalde kosten, zoals onderhoudskosten, rente en andere directe kosten, mogelijk worden afgetrokken van het rendement.
Bij een verhuurde woning kijkt de Belastingdienst straks naar het netto huurresultaat. De ontvangen huurinkomsten worden dus belast, terwijl bepaalde kosten aftrekbaar zijn. Daarnaast betaal je bij verkoop mogelijk belasting over de gerealiseerde waardestijging van de woning.
Voor tweede woningen die niet verhuurd worden, zoals een vakantiewoning, wil het kabinet werken met een forfaitair percentage van de WOZ-waarde. Ook daar wordt een eventuele winst bij verkoop uiteindelijk belast.
Daardoor wordt het nieuwe systeem voor vastgoed een stuk complexer dan nu het geval is. Vooral vastgoedbeleggers met meerdere panden krijgen waarschijnlijk te maken met meer administratie, uitgebreidere berekeningen en een grotere focus op daadwerkelijk behaalde inkomsten en verkoopwinsten.
Tegelijkertijd lijkt vastgoed in sommige situaties juist gunstiger behandeld te worden dan aandelen. Ongerealiseerde waardestijgingen van vastgoed worden namelijk in principe niet jaarlijks belast, terwijl dat bij aandelen voorlopig wel het plan lijkt te zijn.
Box 3 belasting 2028 en de eigen woning
Voor veel huiseigenaren is er één belangrijke geruststelling binnen de nieuwe box 3-plannen: de eigen woning blijft buiten box 3 vallen. Je hoofdverblijf blijft namelijk belast in box 1, net zoals nu het geval is.
Dat betekent dat de overwaarde van je eigen woning niet direct onder de nieuwe box 3-heffing valt. Ook in het nieuwe systeem betaal je dus geen vermogensbelasting puur omdat je huis in waarde stijgt.
Wel blijft het bestaande systeem rondom het eigenwoningforfait en de hypotheekrenteaftrek bestaan. Huiseigenaren betalen daardoor nog steeds belasting via box 1 op basis van een percentage van de WOZ-waarde, terwijl hypotheekrente onder voorwaarden aftrekbaar blijft.
Het wordt pas anders wanneer vermogen uit de woning vrijkomt. Verkoop je bijvoorbeeld je huis en zet je de overwaarde vervolgens op een spaarrekening of in beleggingen, dan valt dat vermogen uiteindelijk wél onder de nieuwe box 3-regels. De woning zelf blijft dus buiten schot, maar het vermogen dat eruit voortkomt niet.
Daardoor blijven de gevolgen van de nieuwe box 3-plannen voor reguliere huiseigenaren voorlopig relatief beperkt, zeker in vergelijking met beleggers en vastgoedinvesteerders.
Box 3 belasting 2028 Eerste Kamer: wanneer worden de plannen definitief?
Hoewel de plannen voor het nieuwe box 3-stelsel inmiddels door de Tweede Kamer zijn gekomen, is de invoering nog niet volledig definitief. Het wetsvoorstel moet namelijk ook nog goedgekeurd worden door de Eerste Kamer. Juist daar lijkt de weerstand de laatste tijd toe te nemen.
Met name de belasting op papieren winsten zorgt voor stevige kritiek. Tegenstanders vinden het onredelijk dat beleggers belasting moeten betalen over koersstijgingen zonder dat zij daadwerkelijk geld hebben ontvangen. Ook zijn er zorgen over de uitvoerbaarheid van het systeem en de administratieve lasten die erbij komen kijken.
Daarnaast wordt gevreesd dat het nieuwe stelsel sparen en investeren minder aantrekkelijk maakt, terwijl vermogensopbouw juist steeds belangrijker wordt nu pensioenstelsels veranderen en de huizenmarkt onder druk staat.
Pensioenbeleggingen zijn vrijgesteld van box 3 belasting: Lees meer in ons uitgebreide pensioenblog of ga direct naar ons artikel pensioenbeleggen vergelijken.
Door die kritiek is inmiddels duidelijk geworden dat delen van het wetsvoorstel mogelijk nog aangepast worden. Het kabinet heeft eerder al aangegeven opnieuw naar bepaalde onderdelen van de plannen te willen kijken. Daardoor bestaat de kans dat de uiteindelijke regels er anders uit gaan zien dan het huidige voorstel.
Toch blijft de richting voorlopig duidelijk: het kabinet wil vanaf 2028 overstappen naar belasting op werkelijk rendement. De grote vraag is vooral hoe streng die uiteindelijke belastingheffing op beleggingen daadwerkelijk gaat worden.

Box 3 belasting 2028 voorbeelden en rekenvoorbeelden
De impact van het nieuwe box 3-stelsel wordt pas echt duidelijk wanneer je naar concrete voorbeelden kijkt. Vooral bij beleggingen kunnen de verschillen met het huidige systeem groot worden.
Voorbeeld spaargeld
Stel dat je in 2028 €100.000 spaargeld hebt en de spaarrente bedraagt 2%. Dan ontvang je €2.000 aan rente.
Met een vrijstelling van ongeveer €1.800 betaal je alleen belasting over de resterende €200. Bij een box 3-tarief van 36% komt dat neer op ongeveer €72 belasting.
Zoals we al eerder in het artikel hebben benoemd, lijken spaarders voorlopig één van de weinige groepen die relatief mild geraakt worden door de nieuwe box 3-plannen. Zeker in vergelijking met beleggers blijft de belastingdruk op spaargeld in veel situaties voorlopig beperkt.
Voorbeeld aandelenbeleggingen
Stel dat je een aandelenportefeuille hebt van €100.000 die in één jaar 10% stijgt. Je portefeuille wordt dan €10.000 meer waard, terwijl je niets verkoopt.
Onder het nieuwe voorstel kan die papieren winst alsnog belast worden. Na aftrek van de vrijstelling van ongeveer €1.800 blijft er €8.200 belastbaar rendement over. Bij een belastingtarief van 36% betaal je dan ongeveer €2.952 belasting.
Juist dit soort voorbeelden zorgen voor veel kritiek op het nieuwe stelsel. Beleggers moeten in dit scenario namelijk belasting betalen (ruim één netto maandsalaris) zonder dat zij daadwerkelijk winst hebben opgenomen of cash hebben ontvangen.
Voorbeeld vastgoed
Stel dat je een verhuurde woning bezit met €18.000 aan jaarlijkse huurinkomsten en €3.000 aan aftrekbare kosten, zoals onderhoud en rente. Je netto rendement komt dan uit op €15.000.
Na aftrek van de vrijstelling blijft er €13.200 belastbaar rendement over. Bij een box 3-tarief van 36% betaal je dan ongeveer €4.752 belasting.
Daarnaast krijg je mogelijk ook te maken met belasting over de winst bij verkoop van de woning. Koop je een woning bijvoorbeeld voor €300.000 en verkoop je deze enkele jaren later voor €400.000, dan kan de waardestijging van €100.000 deels belast worden.
Daardoor krijgen vastgoedbeleggers straks niet alleen te maken met belasting op huurinkomsten, maar uiteindelijk ook met belasting op gerealiseerde verkoopwinsten. Toch lijken vastgoedbeleggers voorlopig nog gunstiger uit te zijn dan beleggers in aandelen, omdat ongerealiseerde waardestijgingen van vastgoed in principe niet jaarlijks belast worden.
Box 3 belasting 2028 tips
Goed, nu over naar de tips. Wat kan je als belegger nu al doen om in de toekomst minder belasting te betalen?
Naast dat je je kan laten horen, kan je ook zelf stappen ondernemen.
- Pensioenbeleggingen zijn vrijgesteld van box 3 belasting: Lees meer in ons uitgebreide pensioenblog of ga direct naar ons artikel pensioenbeleggen vergelijken.
- Beleggen kan ook in een BV: Hier zitten natuurlijk wel haken en ogen aan en dit brengt ook kosten met zich mee, waardoor dit niet voor iedere belegger een passende oplossing is. Wel voor de ondernemer die al een BV heeft en voor beleggers met een hoger vermogen (denk aan € 200.000 of meer). Hier gaan we binnenkort een uitgebreid artikel over schrijven.
- Voor huiseigenaren: De eigen woning blijft voor nu buiten box 3 vallen. Je hoofdverblijf blijft namelijk belast in box 1, net zoals nu het geval is. Weet wel dat er wel eens wordt gesproken over de waardestijging van een woning vroeg of laat belasten.
- Voor particuliere verhuurders: Vastgoed wordt steeds minder rendabel. Vastgoedbeleggers verkopen al jaren op grote schaal hun huurwoningen door strengere regelgeving, zoals het nieuwe woningwaarderingsstelsel (WWS), hogere belastingen (box 3) en stijgende rentes, waardoor het rendement onder druk staat. Wat hier slim is, is sterk afhankelijk van je situatie. Maak zeker geen overhaaste beslissingen en zoek naar expertise indien nodig.
- Voor huizenzoekers: Voor starters met het vermogen en/of salaris brengt de verkoopgolf van particuliere verhuurders juist kansen om een geschikte woning te vinden. Ook hier geldt; maak geen overhaaste beslissingen en zoek naar expertise indien nodig.
Beleggen blijft ook met de nieuwe voorstellen omtrent box 3 belasting 2028 interessant. Wel dien je reken te houden met de (eventueel) te betalen belasting. Dit betekent meer cash aanhouden of op tijd beleggingen verkopen, wanneer dit gunstig uitkomt. Houd moed en hou in het achterhoofd dat beleggen en risico nemen, altijd meer oplevert dan risico-avers zijn. Zeker op de lange termijn.
Veelgestelde vragen box 3 belasting 2028
Wat verandert er in box 3 in 2028?
Vanaf 2028 wil het kabinet overstappen van een systeem met fictieve rendementen naar een belasting op werkelijk rendement. Dat betekent dat spaarrente, dividend, huurinkomsten en in sommige gevallen ook waardestijgingen van beleggingen belast gaan worden. Vooral voor beleggers in aandelen kunnen de gevolgen groot zijn, omdat ook papieren winsten belast kunnen worden.
Wat zijn de wijzigingen in box 3 in 2028?
De belangrijkste wijziging is dat de huidige forfaitaire berekening grotendeels verdwijnt. In plaats daarvan kijkt de Belastingdienst meer naar het daadwerkelijke rendement dat je behaalt met spaargeld, beleggingen en vastgoed. Daarnaast verandert ook de vrijstelling in box 3 en wordt verliesverrekening mogelijk.
Wat verandert er in 2027 voor huiseigenaren?
Voor reguliere huiseigenaren verandert er in 2027 waarschijnlijk weinig. De eigen woning blijft in box 1 vallen en dus buiten de nieuwe box 3-heffing. Wel blijft het bestaande systeem met het eigenwoningforfait en hypotheekrenteaftrek van toepassing.
Hoeveel belasting moet ik betalen over €100.000 spaargeld?
Dat hangt af van de spaarrente. Stel dat je €100.000 spaargeld hebt en 2% rente ontvangt, dan bedraagt je jaarlijkse rente €2.000. Met een vrijstelling van ongeveer €1.800 betaal je alleen belasting over de resterende €200. Bij een box 3-tarief van 36% komt dat neer op ongeveer €72 belasting.




0 reacties